Britse auto-industrie waarschuwt voor economische risico’s als gevolg van nieuwe ‘Made in Europe’-regels van de EU

39

De automobielsector in het Verenigd Koninkrijk luidt de noodklok over voorgestelde wetgeving van de Europese Unie die voertuigen, onderdelen en accu’s van elektrische voertuigen (EV) van Britse makelij zou kunnen ontdoen van essentiële financiële prikkels.

Leiders uit de industrie roepen op tot dringende herzieningen van de Industrial Accelerator Act (IAA) van de EU, waarbij ze waarschuwen dat het huidige ontwerp het Verenigd Koninkrijk dreigt buiten te sluiten van een van zijn belangrijkste handelspartnerschappen.

De kern van het geschil: wat is de IAA?

De voorgestelde Industrial Accelerator Act is een strategische zet van de Europese Unie om haar binnenlandse productiebasis te versterken. Door een ‘Made in Europe’-aanduiding in te voeren, wil de EU haar industriële landschap beschermen tegen de toestroom van goedkopere modellen, vooral die uit China.

Volgens het huidige voorstel zouden voertuigen en onderdelen die aan strenge Europese productiecriteria voldoen, in aanmerking komen voor:
Door de staat gesteunde subsidies ter ondersteuning van productie en innovatie.
Belastingvoordelen voor bedrijfsauto’s, die van cruciaal belang zijn voor grootschalige kopers.
Extra CO2-credits specifiek voor kleinere voertuigen (minder dan 4,2 meter).

Het probleem voor Groot-Brittannië: Vanwege het regelgevingslandschap na de Brexit voldoen auto’s die in Groot-Brittannië worden geproduceerd momenteel niet aan de criteria van ‘Made in Europe’. Dit betekent dat in Groot-Brittannië gebouwde auto’s te maken kunnen krijgen met hogere kosten en een lagere vraag binnen de EU-markt vergeleken met hun continentale tegenhangers.

Waarom dit belangrijk is: de factor van het bedrijfswagenpark

De inzet voor de Britse auto-industrie is uitzonderlijk hoog, voornamelijk als gevolg van de structuur van de Europese automarkt.

Bedrijfswagenparken zijn goed voor ongeveer 60% van alle verkopen van nieuwe auto’s in Europa.

Omdat de voorgestelde IAA de fiscale prikkels voor bedrijfsauto’s voor voertuigen van buiten de EU zou wegnemen, lopen Britse fabrikanten het risico de toegang tot het grootste segment van de Europese markt te verliezen. Dit zou het handelspartnerschap** tussen Groot-Brittannië en de EU aanzienlijk kunnen ondermijnen.

Een verschuiving naar elektrificatie

De timing van deze wetgeving is van cruciaal belang omdat de industrie een enorme technologische transitie ondergaat. Hoewel het merendeel van de Britse export naar de EU momenteel uit verbrandingsmotoren bestaat, verschuift het landschap snel in de richting van elektrische mobiliteit.

Bijvoorbeeld:
Nissan’s fabriek in Sunderland is onlangs begonnen met de productie van de volledig elektrische Nissan Leaf.
– De productie van de Nissan Juke EV zal naar verwachting binnenkort volgen.

Willen deze nieuwe elektrische modellen concurrerend blijven in Europa, dan moeten ze toegang kunnen krijgen tot dezelfde prikkels als de modellen die binnen de EU worden gebouwd. Zonder deze voordelen zou de Britse transitie naar een EV-centrisch productiecentrum tot stilstand kunnen komen voordat deze volledig volwassen is geworden.

Reactie van de industrie

Mike Hawes, CEO van de Society of Motor Manufacturers and Traders (SMMT), heeft gewaarschuwd dat de wet jaren van zwaarbevochten vooruitgang teniet kan doen. Hij merkte op dat hoewel fabrikanten met succes de aanvankelijke spanningen van de Brexit hebben doorstaan ​​en recordniveaus in de handel in geëlektrificeerde voertuigen hebben bereikt, de IAA dreigt dat momentum te keren.

Hawes stelt dat de wetgeving de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst in gevaar zou kunnen brengen en uiteindelijk de werkgelegenheid, investeringen en innovatie aan beide zijden van het Kanaal zou kunnen schaden.


Conclusie
De voorgestelde EU-wetgeving creëert een aanzienlijke regelgevende barrière die de Britse auto-industrie zou kunnen isoleren van haar primaire exportmarkt. Als de ‘Made in Europe’-regels worden geïmplementeerd zonder concessies aan Groot-Brittannië, kan dit de economische levensvatbaarheid van in Groot-Brittannië gebouwde elektrische voertuigen ondermijnen en al lang bestaande handelsbetrekkingen destabiliseren.